Nieuwe: Recente foto's 2-4-2017.

Het afwerpen van de geweien is begonnen.

Jaarcyclus van groei tot afwerpen

De cyclus van het gewei wordt beschreven aan de hand van het edelhert, maar is in principe voor alle hertachtigen hetzelfde, alleen vormen en periodes verschillen. Zo ontwikkelen reekalveren, afwijkend van het onderstaande, eerst kleine botknopjes die ze bijna meteen weer afwerpen. Daarna komt pas het eerste gewei.

Acht maanden na de geboorte worden bij het bokje van het edelhert de rozenstokken zichtbaar. Binnen een jaar zijn die vijf tot acht centimeter lang en begint het gewei te groeien. Tussen de rozenkransen en de spitsen is dan wel een verdikking zichtbaar, maar nog geen echte rozenkrans. Het gewei is aan de basis wat dikker dan de rozenstokken, maar er is nog geen rozenkrans. De spitsen worden tien tot veertig centimeter lang en zitten dus aan de schedel vast. Het gewei groeit door celdeling vanuit de punten. Oudere cellen verkalken en sterven af. In juli stopt de groei en begint de huid af te sterven. In augustus vegen de bokken de huidflarden los langs takken en boomstammen.

Laat in de winter beginnen osteoclasten het bot boven aan de rozenstokken af te breken. Osteoclasten zijn botcellen die bij alle gewervelden voorkomen, en die normaal gesproken mineralen uit oud bot recyclen. Bij herten worden deze "botbrekers" (de letterlijke vertaling van osteoclast) plotseling zeer actief in het oplossen van calcium, zodat het bot zacht wordt. In maart of april zitten de spitsen dan los en worden ze afgeworpen, vaak met hulp van takken of struiken, tegelijk of soms enkele dagen na elkaar. De zegels zijn eerst nog rood en wat bloederig maar genezen snel. Oudere herten hebben dezelfde cyclus, maar werpen hun gewei in februari of maart af, zodat hun gewei een langer groeiseizoen heeft. Bokken met veel mannelijke hormonen verliezen hun gewei het eerst. Het breukvlak bij het afwerpen ligt net onder de rozenkransen. De rozenstokken worden in de loop der jaren steeds korter en dikker, en bij een oud hert staat het gewei direct op de schedel. Van het achtste tot het twaalfde levensjaar heeft het edelhert gewoonlijk het grootste gewei.

Een verstoring van de hormoonhuishouding, bijvoorbeeld door een beschadigde balzak leidt tot afwijkende geweien. Castratie kort na het vegen leidt tot afworp van het gewei. Het nieuwe gewei dat onmiddellijk daarna groeit, krijgt gewoonlijk een afwijkende vorm. Dezelfde verwonding in de zomer, dus met een bastgewei, veroorzaakt een woekerend gewei, in elk geval bij reeën. Daarom wordt zo'n bok een pruikbok genoemd.[1]

Klik op de foto's om ze te vergroten.

Commentaren: 5
  • #5

    René Smits (vrijdag, 07 april 2017 21:59)

    Hai Herman,

    Wat een schitterende landschapsfoto's met die mooie gele zon, maar ook de mistfoto's zijn super.

    Groet,
    René

  • #4

    KeesvanD (woensdag, 05 april 2017 15:49)

    Hoi Herman,
    Zo te zien ben je al weer aardig mobiel. Het damhert met de kauwtjes is een fraaie plaat (ik bedoel dan niet de gecropte versie). Je hebt ook al snel een plaat van een damhert met rozenkransen, ik heb alleen nog maar herten gezien die hun gewei nog hadden.
    Groet, Kees

  • #3

    Irma (dinsdag, 04 april 2017 16:53)

    Hallo Herman,
    Ik vind de zonsopkomst foto's en die met de mist echt helemaal super.
    Groetjes Irma

  • #2

    Marco Luijken (dinsdag, 04 april 2017 10:39)

    Hoi Herman,
    Prachtige sfeerfoto's!!

    Groeten, Marco

  • #1

    Ghita (maandag, 03 april 2017 19:27)

    Mooie foto's, weer een betoverende zonsopkomst
    Groetje Ghita